
[111]
Controleer a.u.b. het volgende.
De camera gaat niet aan.
• De capaciteit van de batterij is laag.
Plaats nieuwe batterijen. (p.15)
• Plaats de batterijen in de juiste richting met omgekeerde polariteit.
Plaats de batterij in overeenstemming met de polariteitsmarkeringen
(+, -).
De camera wordt tijdens het gebruik uitgeschakeld.
• De batterij is uitgeput.
Plaats nieuwe batterijen.
• De camera gaat automatisch uit.
Schakel de camera weer in.
De batterij loopt snel leeg.
• De camera wordt gebruikt bij lage temperaturen.
Zorg ervoor dat de camera warm blijft (bijvoorbeeld in uw binnenzak)
en haal deze alleen te voorschijn om opnamen te maken.
Voordat u contact opneemt met een service centrum
De camera maakt geen opnamen als u de sluiterknop indrukt.
• Er is onvoldoende geheugencapaciteit.
Verwijder onnodige opnamebestanden.
• De geheugenkaart is niet geformatteerd.
Formatteer de geheugenkaart (p.88).
• De geheugenkaart is uitgeput.
Steek een nieuwe geheugenkaart in.
• De geheugenkaart is beveiligd.
Zie de foutmelding [KAART VERGR.!].
• De camera staat uit.
Schakel de camera in.
• De batterij is uitgeput.
Plaats nieuwe batterijen. (p.15)
• Plaats de batterijen in de juiste richting met omgekeerde polariteit.
Plaats de batterij in overeenstemming met de polariteitsmarkeringen
(+, -).
De camera stopt plotseling terwijl deze in gebruik is.
• De camera is gestopt als gevolg van een storing.
Verwijder de batterij of plaats deze opnieuw en zet de camera aan.
De cameraknoppen werken niet.
• Camerastoring.
Verwijder de batterij of plaats deze opnieuw en zet de camera aan.
Comments to this Manuals